|
Bollie
Ere Forumlid
    
5718 Posts
|
Posted?-?14 Aug 2004?:? 09:50:36 ? ? ?
|
Hóór mij, boze geesten!!
Vandaag, 14 augustus, zal op veel overheidsgebouwen de Nederlandse vlag halfstok gehesen worden. En morgen wapperen diezelfde vlaggen hoog in de mast. Voor de Indische gemeenschap in Nederland zijn 14 en 15 augustus de gedenkwaardigste dagen van het jaar. Maar nog steeds weten talloze landgenoten niet waar het nu eigenlijk om gaat.
Bij vele Indische monumenten worden vanavond de doden herdacht die gedurende de Tweede Wereldoorlog in onze voormalige kolonie Nederlands-Indië en in het gehele Verre Oosten zijn omgekomen. Ze zijn gesneuveld in de strijd met Japan, verdronken tijdens gruwelijke Japanse zeetransporten, gestorven aan honger en ziekten in de talrijke Japanse concentratiekampen of door uitputting als dwangarbeiders bij de aanleg van beruchte junglespoorlijnen in Birma en op Sumatra. Duizenden zijn gewoon vermoord met bajonetten, bamboe speren, door vuurpelotons of simpel onthoofd met een samoeraizwaard. Japanners deden toen in wreedheid niet onder voor hun toenmalige Duitse bondgenoten. Die gruwelen hebben een gehele Nederlands- Indische generatie voor het leven getekend.
Atoombommen
Toch heeft het 55 jaar geduurd voor de Nederlandse overheid toestemming gaf om de Indische doden op 14 augustus officieel te herdenken en het échte einde van de Tweede Wereldoorlog op 15 augustus te vieren. Op die dag, morgen dus 59 jaar geleden, gaf het Japanse keizerrijk zich over aan de geallieerden.
De Engelse en Amerikaanse krijgsmachten met beroemde commandanten als MacArthur, Mountbatten en Nimitz speelden daarbij de hoofdrol. De Japanners gaven het pas op nadat de steden Hiroshima en Nagasaki door Amerikaanse atoombommen waren vernietigd. Dat kostte aan ongeveer 150.000 Japanse burgers het leven. De bommen waren geworpen uit twee Boeings B-29 met de namen Enola Gay en Bock’s Car. Duizenden slachtoffers overleden nog jaren later aan de gevolgen van de vrijgekomen radioactieve straling. Toch hebben deze bommen de levens van vermoedelijk meer dan 1 miljoen geallieerde soldaten, krijgsgevangenen en burgers gered.
Vreemd element
De Nederlands-Indische gemeenschap heeft echter haar psychische traumata nooit goed kunnen verwerken omdat ze na terugkeer in het moederland altijd als een wat vreemd element in de samenleving werd beschouwd. De repatrianten beschikten over een cultuur, een voorgeschiedenis en vaak ook een taal die de doorsnee-Nederlander niet kende. Ook onze overheid niet.
Toen na de oorlog de overlevenden totaal berooid uit de gloednieuwe republiek Indonesië in Nederland aankwamen, was er voor hen geen opvang, geen geld, geen schadevergoeding, nauwelijks kleding, amper behuizing of sociale zorg beschikbaar. En uiteindelijk vonden de meeste Nederlanders dat alleen in Europa de oorlog erg was geweest. Men had geen begrip voor de Indische landgenoten. Tot op de dag van heden.
Uiteindelijk hadden we hier toch een hongerwinter gehad en de Duitse bezetting. En in Indië kon het toch nooit zó erg zijn geweest want daar was het altijd warm en er groeide immers van alles, nietwaar? Maar de realiteit was dat het sterftecijfer onder de Indische Nederlanders toen ruim 7% was, terwijl Nederland onder Duitse bezetting slechts 2,4% van de bevolking verloor. Vergeten is ook dat Japan eigenlijk al sinds 1894 een continue veroveringsoorlog voerde, onder meer met Rusland, Korea, China en de Filippijnen. Daarbij brachten ze meer dan 30 miljoen mensen om het leven. Tientallen jaren klonk dan ook in het Verre Oosten de beruchte Japanse oorlogskreet: ’Banzai, banzai!’ (=Hoera).
Dat veel Nederlanders dit alles niet goed weten, komt omdat bijna 60 jaar lang alles wat met onze 300-jarige voorgeschiedenis in Nederlands Oost-Indië te maken heeft, hier politiek taboe is. Want wij moeten ons eigenlijk schamen voor het feit dat wij koloniën hebben gehad. In de ogen van de talrijke roze-rode zedenmeesters is dat schandelijk.
Er wordt over onze Indische geschiedenis op vrijwel alle scholen gezwegen. Zelfs de aardrijkskunde van het kolossale eilandenrijk (6000 bij 1000 kilometer!) dat wij eens bestuurden, is bij de meeste schoolkinderen onbekend. Het is ook de bittere klacht van velen uit de Indische gemeenschap dat ze over hun ervaringen daardoor niet meer kunnen praten met de jongere generaties.
Ziekten
Geen woord wordt ook gesproken over al het wetenschappelijke, medische en bestuurlijke werk dat door een relatief gering aantal Nederlanders (plm. 300.000) in dat reusachtige tropische land is verricht. Bijvoorbeeld de bestrijding van tuberculose, lepra, cholera, pest, beriberi, pokken, malaria, framboesia en vele andere gruwelijke ziekten is door Nederlandse artsen en wetenschappers onder vaak uiterst moeilijke omstandigheden uitgevoerd. Zij waren pioniers op dat gebied. En velen van hen verwierven daardoor wereldfaam. Er wordt echter niet meer over hen gesproken. Ze waren kennelijk niet politiek-correct genoeg in de rode ogen van onze bestuurders.
In dit kader past ook de milde bestraffing van Japanse oorlogsmisdadigers. Van de topklasse oorlogscriminelen kregen slechts enkele tientallen de doodstraf. Maar hun as werd eerbiedig gesmokkeld naar het befaamde Yasukuni heiligdom in Tokio. Zij worden daar nog steeds als helden herdacht.
Herinneringen
Door dit alles is het voor velen uit de Indische gemeenschap niet goed mogelijk hun herinneringen en ervaringen over te dragen op hun kinderen en kleinkinderen. Die weten vaak van niets. En ze willen het dikwijls ook niet weten. Daardoor voelen vele Nederlandse oud-Indischmensen zich als allochtonen in hun eigen land.
Zo is het te begrijpen dat een oud-Indischman van ruim 80 jaar elk jaar op 15 augustus droomt dat hij bij de ingang van de Yasukuni tempel in Tokio staat. Daar waar de zielen huizen van zo veel oorlogsmisdadigers bij de overgebleven locomotief nr. C5631 van de beruchte Birma-spoorweg.
Hij scheef mij: „Ik neem dan een slok uit mijn heupfles. Ik klap in mijn handen. Ik kijk doordringend naar binnen en roep luidkeels: ’Hoor mij! Hoor mij, boze geesten! Banzai Mountbatten, banzai MacArthur en Nimitz! Banzai Enola Gay en Bock’s Car!’ Pas dan zakt mijn boosheid tijdelijk weg en kan ik weer verder. Banzai, banzai!…?
Telegraaf van vandaag |
|