|
Rechtsliberaal
Ere Forumlid
    
Netherlands
3472 Posts
|
Posted?-?11 Oct 2004?:? 20:41:34 ? ? ?
|
Gevonden via StandeJong.nl:
Politiek correct politiewerk
Auteur: Stan de Jong
Bron: HP/De Tijd, 23 mei 2003
Vorige week maakte het OM Leeuwarden bekend op zoek te zijn naar een Afghaan die wordt verdacht van de moord op Marianne Vaatstra. Waarom had justitie dan eerder verklaard dat de asielzoeker beslist geen verdachte was?
Over de lamlendigheid van de Nederlandse politie kan men zich vrolijk of kwaad maken. Maar misschien moeten we ons gewoon gelukkig prijzen dat politieagenten zich niet allemaal met hart en ziel op hun werk storten. Overijverige rechercheurs zouden weleens onschuldigen kunnen opsporen en aanhouden. Deskundigen spreken van een ‘tunnelvisie’. Eenmaal op het spoor van een verdachte hebben opsporingsinstanties de neiging ontlastende gegevens (en andere verdachten) uit het oog te verliezen. Een politie ‘met oogkleppen’ zou zelfs een van de belangrijkste oorzaken zijn van gerechtelijke dwalingen. Zeggen die deskundigen dus.
Ongetwijfeld komt tunnelvisie voor. Maar of het een afdoende verklaring is voor blunders door politie, justitie en rechterlijke macht? Twee recente zaken wijzen op het tegendeel. Onlangs werd AndrÈ de V., die in eerste aanleg was veroordeeld voor de vuurwerkramp in Enschede, vrijgesproken door het hof in Arnhem. Er was onvoldoende bewijs dat hij de fik erin had gezet. De zaak-De V. vertoonde nogal wat parallellen met die van Ernest L., die door hetzelfde hof op dubieuze gronden werd veroordeeld tot twaalf jaar wegens moord op een vermogende weduwe (de Deventer moordzaak) en die nu voor een herziening vecht bij de Hoge Raad.
Het frappante is dat zowel in de zaak van André de V. als die van Ernest L. de rechercheteams aanvankelijk andere verdachten op de korrel hadden. Wanneer de politie een tunnelvisie heeft, zou je verwacht hebben dat alle energie op deze verdachten werd gericht. Maar plotsklaps, en schijnbaar zonder enige aanleiding, werd het onderzoek radicaal een andere richting op gestuurd. Daarbij valt op dat zowel De V. als L. een buitenstaander was: de eerste een aan lager wal geraakte domoor; de tweede een eenvoudige fiscalist, die niet tot het ‘milieu’ van het slachtoffer behoorde. Een wetenschappelijke term voor dit verschijnsel is nog niet bedacht. Laat ik het bij gebrek aan beter maar het ‘pak de buitenstaander-syndroom’ noemen.
Tunnelvisie of niet – nog erger is het als politie en justitie helemaal geen visie hebben en speelbal worden van politieke en maatschappelijke krachten. Dat nu is het geval in de zaak-Vaatstra.
In de vroege ochtend van 1 mei 1999 – de nacht na Koninginnedag – werd de zestienjarige Marianne Vaatstra uit het Friese plaatsje Zwaagwesteinde verkracht en vermoord. De blonde tiener was uit geweest in discotheek Paradiso in het naburige Kollum en samen met twee jongens, onder wie haar vriendje, naar huis gefietst. Ongeveer ter hoogte van de sportvelden in Buitenpost ging het gezelschap uit elkaar en fietste Marianne alleen verder. Een paar kilometer verderop, bij Veenklooster, werd ze in het weiland getrokken, met haar beha gewurgd, verkracht (vaginaal en anaal) en werd haar de keel doorgesneden. Beha en moordwapen werden niet gevonden. Van de dader ontbrak elk spoor. Het enig zekere was dat de moordenaar nauwgezet te werk was gegaan en de omgeving goed kende.
Inmiddels zijn we vier jaar verder. Ondanks de inzet van twee rechercheteams, het horen van tientallen getuigen, de arrestatie van een handvol verdachten en het houden van grootscheeps DNA-onderzoek is de moordenaar van Marianne Vaatstra nog altijd niet gevonden. Nu is dat op zich niet zo verwonderlijk. Als binnen 24 uur na het delict geen mogelijke dader is gevonden – in politiekringen spreekt men van ‘het gouden etmaal’ – blijkt de kans op oplossing van een misdrijf klein. Zeker in het geval van een zedendelict, waarbij de dader geen band met het slachtoffer hoeft te hebben gehad. Denk ook aan de Utrechtse serieverkrachter die nog steeds on the loose is. Als de dader zich na dat etmaal niet spontaan overgeeft aan de autoriteiten, het liefst met het bebloede moordwapen in de hand, staat de vaderlandse recherche machteloos.
Het is dan ook niet zozeer het onvermogen van de rechercheurs die de zaak-Vaatstra bijzonder maakt, maar alles wat eromheen is gebeurd. De moordzaak heeft de media en de politiek verdeeld in twee kampen. Centrale vraag: is justitie gezwicht voor xenofobe sentimenten onder de bevolking of is men juist te politiek correct te werk gegaan?
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de laatste versie is het meest aannemelijk, zo werd vorige week duidelijk. Toen meldde het Openbaar Ministerie in Leeuwarden op zoek te zijn naar een 23-jarige Afghaan, een voormalige asielzoeker, die verdacht werd van de moord. De krantenlezer moet de wenkbrauwen hebben gefronst: was die Afghaan niet eerder in beeld geweest, maar volstrekt onschuldig gebleken? Inderdaad. Dat zei men toen. En er waren toch spijkerharde bewijzen dat de dader geen asielzoeker was? Dat beweerde men ook, ja.
Laten we de bizarre gang van zaken nog eens op een rijtje zetten.
Meteen na de moord op de ‘levenslustige’ Marianne – of dit een vriendelijke term is voor losbandigheid is nooit duidelijk geworden – spraken streekgenoten het vermoeden uit dat de dader weleens afkomstig zou kunnen zijn uit het nabijgelegen asielzoekerscentrum (azc) De Poelplaets in Kollum. De wijze waarop Marianne werd vermoord – haar keel was van oor tot oor doorgesneden – zou duiden op uitheemse gebruiken. Een Hollander snijdt niet; die steekt. Tevens zou Marianne bij een eerder bezoek aan een kroeg door een asielzoeker zijn bedreigd. De man had met zijn vlakke hand onder de keel strijkend een internationaal bekend gebaar gemaakt: ik snij je de strot door.
Justitie was er als de kippen bij deze geruchten in de kiem te smoren. Van verdachten binnen het azc was geen sprake, liet een woordvoerder weten. De bevolking vroeg zich echter af of men de waarheid om politieke redenen verborg. Het azc in Kollum, zo had de gemeente bedacht, moest een permanente status krijgen. Gedonder rond asielzoekers kon men niet gebruiken. De rellen waren geboren.
De opstelling van de locals leidde tot schampere commentaren in sommige kwaliteitskranten. Kollumers waren xenofobe boerenpummels die uit waren op bloedwraak. Andere media, waaronder het tv-programma van Peter R. de Vries, leken de kant van de bevolking en de familie Vaatstra te kiezen. Zij meenden dat justitie zich te veel had laten leiden door politiek correcte sentimenten c.q. opportunistische overwegingen, en dat wel degelijk sprake was van verdenkingen tegen enkele asielzoekers. De laatste leken gelijk te krijgen. De recherche moest – maanden na de eerste aanwijzingen – het roer omzetten. Twee asielzoekers bleken vlak na de moord uit het azc te zijn verdwenen zonder zich af te melden: een Iraakse koerd en een Afghaan. De Irakees werd als verdachte aangemerkt; de Afghaan als getuige.
Na het uitvaardigen van een internationaal opsporingsbevel kon de Irakees op 13 oktober 1999 in Turkije worden gearresteerd. Van de man werd DNA afgenomen dat werd vergeleken met dadersporen, waaronder sperma, op het lichaam van Marianne. Zonder resultaat. De autoriteiten haalden opgelucht adem. De speurtocht naar de Afghaan, haastte men te melden, werd gestaakt, want hij was ‘zeker geen verdachte’.
In een documentaire van Omroep Frysl‚n liet de officier van justitie nog fijntjes weten dat de Irakees slechts onder druk van de publieke opinie was vervolgd. Een opmerking die minister Korthals van Justitie in verlegenheid bracht. Volgens Korthals had de man namelijk geen sluitend alibi. En zo werd het ook nog eens gedonder in Den Haag.
Ondertussen lichtte het opsporingsteam zo ongeveer elke tegel op het Friese platteland. Er werden zelfs graven gedolven van overleden ‘suspecte’ gevallen. Ook van hen werd DNA afgenomen. Op 27 juni 2002 was de leider van het rechercheteam te gast bij Opsporing verzocht, waar hij het daderprofiel, gemaakt door zes gedragsdeskundigen, naar buiten bracht. Een zogenaamd DNA-profiel dat was opgesteld door experts van het Nederlands Forensisch Instituut, zou bevestigen dat het om een Europese, blanke man ging. Dat de makers van het profiel zich verwonderden dat de recherche dit met grote stelligheid naar buiten bracht, sprak achteraf gezien boekdelen. De wetenschap is nog absoluut niet in staat om aan de hand van erfelijk materiaal een profiel van een dader te schetsen. Maar ja, de moordenaar moest en zou nu eenmaal een buurtbewoner zijn.
En nu zijn we dus weer terug bij af. Het OM heeft vorige week toegegeven dat de Afghaan wel degelijk verdachte is. Waarom dit aanvankelijk zo hardnekkig werd ontkend, moge inmiddels duidelijk zijn: het kwam kennelijk niet in het politieke straatje te pas. Of de moordenaar nu wel of geen buitenlander is, doet dan ook aan de conclusie weinig af: door politiek correct politiewerk is het onderzoek voor de tweede keer op maanden achterstand gezet. Waarmee de politie wel heel ver van het ‘gouden etmaal’ verwijderd is, en een oplossing van de moord vrijwel kansloos is geworden.
Valt er ook nog iets positiefs te melden? Ja, van een tunnelvisie is geen sprake geweest. De recherche stond in open veld en schoot met hagel. Zolang er maar geen asielzoeker werd geraakt.
Schoppen tegen het linkse NOS Journaal!
www.geocities.com/mediacontrole
|
|