|
OranjeWNF
Ervaren Forumlid (serieus betrokken)
 
Netherlands
1281 Posts
|
Posted-20 Jul 2005: 12:43:04
|
Samenvatting gericht op wat er gebeurt *NA* een terreuraanslag / onlusten, etc.
Aanvankelijk geplaatst in Vrouw Hofstadgroep zocht adressen politici
https://www.pim-fortuyn.nl/pfforum/forum.asp?FORUM_ID=85
Maar het werd wat teveel; vandaar verplaatst naar bibliotheek als achtergrondinfo en vanaf die discussie doorgelinkt.
En hier een artikel:
Om een integrale aanpak van terrorisme te bevorderen, zijn recent twee nieuwe organen in het leven geroepen: het Gezamenlijk Comit Terrorismebestrijding (GCT) en het Cordinerend Overleg Terrorismebestrijding (COTB).
Het GCT richt zich op strategie en beleid. Deelnemers zijn: Justitie, Binnenlandse Zaken, het College van procureurs-generaal, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, het Korps Landelijke Politiediensten, de Koninklijke Marechaussee, Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken, Financin en Defensie.
Het COTB richt zich op de operationele samenwerking tussen alle betrokken diensten. Op dit moment zijn in Nederland circa wintig instituties 'beleidsmatig dan wel operationeel' betrokken bij de bestrijding van terrorisme, aldus de notitie waarover het kabinet afgelopen vrijdag sprak. Bovendien bestaan er allerlei 'cordinatiekaders en -mechanismen die in meer of mindere mate betrokken zijn bij aspecten van terrorismebestrijding'. Op landelijk niveau gaat het hierbij om het Nationaal Cordinatiecentrum Crisisbeheersing (NCC) en de Nationale Cordinator Bewaking en Beveiliging (NCBB), beide vallend onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Op lokaal niveau zijn dit de zogeheten driehoeken, bestaande uit de burgemeester, de hoofdofficier van justitie en de korpschef.
Andere belangrijke spelers zijn de Nationale Cordinator Terrorismebestrijding (Tjibbe Joustra) - vallend onder Justitie en Binnenlandse Zaken - en de directeur-generaal Openbare Orde en Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken (Dick Schoof).
Om de verwarring compleet te maken, zijn er diverse onderraden van de ministerraad. Belangrijkste daarvan is de Nationale Veiligheidsraad, voorgezeten door de pre-mier. Hierin zitten de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Defensie en Financin. Verder is er onder meer een Raad voor de Veiligheid en de Rechtsorde.
Vrijwel elk ministerie heeft minstens n afdeling of dienst die zich bezighoudt met crisisbeheersing. Het Nationaal Cordinatie-centrum Crisisbeheersing van Binnenlandse Zaken speelt een centrale rol. Afspraken over interdepartementale cordinatie en besluitvorming zijn vastgelegd in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Het Departementaal Cordinatiecentrum van het ministerie van Algemene Zaken heeft volgens dit Handboek, indien nodig, direct contact met onder meer Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Defensie en Justitie, maar zo nodig ook verder interdepartementaal contact met de andere ministeries.
En dan zijn er nog de internationale samenwerkingsverbanden. Die werken elkaar nog net niet tegen. 'Er moeten meer verplichtende vormen van samenwerking komen,' zei premier Jan Peter Balkenende afgelopen zaterdag in de Volkskrant. 'De informatie van veiligheidsdiensten moet beter worden uitgewisseld. Je hebt een internationale strategie nodig.'
Er is n overeenkomst met de situatie in Nederland: een totaal gebrek aan regie.
Elsevier, 11 september 2004
--------------------------------------------------------------------------------
www.minbzk.nl/contents/pages/00015364/modelscenarios_thema_3_5-02.pdf+Conceptversie+3+modelscenario+politie&hl=en" target="_blank">www.minbzk.nl/contents/pages/00015364/modelscenarios_thema_3_5-02.pdf+Conceptversie+3+modelscenario+politie&hl=en" target="_blank">https://216.239.59.104/search?q=cache:uKxICmNjds0J:www.minbzk.nl/contents/pages/00015364/modelscenarios_thema_3_5-02.pdf+Conceptversie+3+modelscenario+politie&hl=en
Conceptversie 2.0
MODELSCENARIO POLITIE ALGEMEEN
Inleiding
Vanuit haar wettelijke taak is de politie verantwoordelijk voor de voorbereiding en uitvoering van haar taken binnen de conflicthantering, crisisbestrijding en rampenbestrijding (CCB). Vanuit de onderkenning dat bij een ramp (intergemeentelijke) cordinatie en samenwerking noodzakelijk is, bevordert de regionale politie actief de afstemming met betrekking tot deze voorbereiding en uitvoering met de participanten in de crisis beheersing en rampenbestrijding binnen haar grondgebied. De in de rampenbestrijding bekende "politie"processen zijn niet specifiek in de politiereferenties 2002 uitgeschreven maar vallen onder de referentie 24, Samenwerking bij rampen. Voor de politie zullen de referenties 2002 als uitgangsreferenties gelden voor de geldende toetsfiches voor de politie processen. Dit houdt in dat in de politie fiches vermelde benamingen gebruikt zijn conform de politiereferenties.
Bij de vaststelling van de fiches wordt uitgegaan van de 25 politieregio's, ondersteund door het Korps Landelijke Politiediensten. Voor wat betreft de professionele ondersteuning in de breedte vanuit het KLPD is geen aparte fiche opgemaakt, maar wordt een en ander voor zover mogelijk binnen de toetsing in de regios meegenomen.1
Positionering
Iedere politieregio beschikt over een portefeuillehouder CCB , die verantwoordelijk is voor de cordinatie van de politionele voorbereiding. De portefeuille houder maakt deel uit van het managementteam2. De portefeuillehouder stemt het beleid in deze en de voorbereiding af in het managementteam. Daarnaast zorgt hij voor beleidsmatige afstemming met de beleidsverantwoordelijken van het GHOR en de Regionale brandweer(en).
Iedere regio beschikt over een regionaal bureau CCB , waar de voorbereiding op de Conflicthantering, crisisbeheersing en rampenbestrijding plaatsvindt. Binnen het bureau CCB is een cordinator CCB aangewezen.
Beleid
De portefeuillehouder rapporteert jaarlijks aan de regio korpsleiding over de realisatie van het ambitieniveau. Hieronder vallen zaken als beleid, beheer, budget, opleiding en oefening, evaluaties van oefeningen. Hierin staat de veiligheid van het personeel onder alle omstandigheden centraal. Deze rapportage wordt opgenomen in het regionale beleids - en beheersplan politie, waarin verantwoording wordt afgelegd aan het regionaal college en het ministerie van BZK.
Onder verantwoording van de portefeuillehouder worden onder leiding van de cordinator CCB de desbetreffende processen in deelplannen op de diverse niveaus in samenwerking met de lijn- en sleutelfunctionarissen binnen de regio / districten uitgewerkt, waarbij eenduidigheid een vereiste is.
Tenminste noodzakelijk zijn: regionaal/ bestuurlijk vastgesteld deelplan(nen); voorbereide draaiboeken conform 5 paragrafen model; alarmeringsschema's; aangewezen opgeleide en geoefende sleutelfunctionarissen en medewerkers ondersteund door checklisten.
1 In de toekomst zal moeten blijken of een aparte toetsfiche voor de professionele ondersteuning van het KLPD
noodzakelijk is.
2 Managementteam = Korpsleiding + districts en divisiechefs
OWNF:
Blijf bij mijn idee dat dit dus practisch KLPD (met daarin DKDB) is, samen met de Koninklijke Marechausse, De vraag is alleen WIE IS DE OPERATIONELE CORDINATOR? En wie dient hij; kabinet, koningin of beiden?
--------------------------------------------------------------------------------
Operatie Bonfire (landelijke rampenoefeing 6 april 2005)
https://www.minbzk.nl/contents/pages/43191/bonfireevaluatiecot-rapport.pdf
In het bijzonder bood de oefening daarmee een eerste gelegenheid om de nieuwe structuren rondom de Nationaal Cordinator Terrorismebestrijding (NCTb) specifiek voor terrorismebestrijding praktijkervaring te bieden. Ook voor een nieuw organisatieonderdeel binnen de algemene structuur voor crisisbeheersing als het Expertisecentrum Risico- en Crisiscommunicatie (ERC) was dit een gelijke gelegenheid.
...
In het bijzonder bood de oefening daarmee een eerste gelegenheid om het nieuwe Landelijk Operationeel Cordinatiecentrum (LOCC) te beoefenen.
...
Het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement is gevraagd de oefening met betrekking tot de hoofddoelstelling waar te nemen en op basis daarvan de voorliggende observatierapportage te schrijven.
...
Op diverse plaatsen in Nederland ontstaat maatschappelijke onrust. Zo roepen rechts-radicale opiniemakers hun achterban op te protesteren voor gemeentehuizen. In diverse gemeentes ontstaan later die middag ongeregeldheden.
...
In het ochtenddeel vulde de responscel derollen van de Rotterdamse autoriteiten in, in het middagdeel namen de Amsterdamse hulpverleningsdiensten en autoriteiten daadwerkelijk aan de oefening deel.
...
Overigens wordt onderscheid gemaakt tussen nationaal niveau, binnen de bestuurlijke kolom en operationeel. Nationaal niveau refereert hier aan al hetgeen de betrokken organisatieonderdelen op nationaal niveau betreft, binnen de bestuurlijke kolom aan het proces van crisisbeheersing tussen het rijksniveau en de betrokken gemeenten en operationeel aan het proces van operationele crisisbeheersing rondom de Arena.
...
De voor Bonfire meest relevante structuren zijn beschreven in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming, het Stelsel Bewaken en Beveiligen en het rampenplan van de gemeente Amsterdam.
...
De opschaling op basis van de dreigingsinformatie uit de vroege ochtend verliep conform het vastgelegde Stelsel Bewaken en Beveiligen. De Cordinator Bewaken en beveiligen (CBB) heeft op basis van de dreigingsinformatie de NCTb geadviseerd de Evaluatiedriehoek bijeen te roepen. De NCTb heeft de Evaluatiedriehoek binnen een uur bijeen laten komen. De Evaluatiedriehoek verzocht vervolgens om overleg met de ministers van BZK en Justitie.
...
DIAGRAM VAN GEHELE ORGANISATIE; LUKT MIJ NIET TE KOPIEREN; WIE WEET HOE DIT MOET VANAF DIT DOCUMENT? -naar klembord kopieren; en dan?
...
Figuur 1: de voorziene besluitvormingstructuur op hoofdlijnen bij een terroristische dreiging. Bron: Nota stelsel bewaken en beveiligen (HTK 2003/2004 28 974, nr. 2 ) en Terrorisme, brief van de ministers van BZK en Justitie (HTK 2004/2005 29 754, nr. 1).
...
Na de explosie in de Arena was de berichtgeving in de media voor de meeste betrokken de aanleiding tot onmiddellijke opschaling. De voorziene alarmeringsstructuren (waarin het NCC een spilfunctie vervult) werden vervolgens feitelijk niet meer gevolgd.
...
Het niet volledig aansluiten van de cordinatiemechanismen en besluitvormingsstructuur voor terreurdreiging op de mechanismen en structuren voor reguliere crisisbesluitvorming leidde echter tot enige verwarring in het besluitvormingsproces.
...
Het bleek echter dat ten behoeve van adequate integrale besluitvorming en advisering door de Evaluatiedriehoek feitelijk ook andere partijen noodzakelijk waren dan voorzien. Deze noodzakelijke betrokkenheid van andere partijen bleek tijdens deze dreigingsfase tot verwarring in het besluitvormingsproces te leiden. Zo bleek bijvoorbeeld dat het al niet geheel duidelijk was welke departementen welke rol in de besluitvorming moesten spelen. Gedurende de gehele dag kwam men verder bijvoorbeeld niet tot het besluiten over en communiceren van de ISPS-dreigingsfase voor de zeehavens in Nederland ondanks herhaalde vragen hierover van het DCC Verkeer en Waterstaat aan het NCC.
...
In de oefening ontstond een spontane aansluiting met de voor alle betrokkenen bekende structuur van het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. Zo werd de Evaluatiedriehoek in de terminologie van het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming door het aanschuiven van enkele andere ambtelijk betrokkenen uitgebreid tot een interdepartementaal beleidsteam (IBT). Hier schoven vervolgens de ministers van Justitie en BZK aan waardoor een gemengde vorm van IBT en ministerieel beleidsteam (MBT) ontstond.
De explosies in de Arena markeerden vervolgens een duidelijk keerpunt. Vanaf dat moment werd wat betreft de crisisbeheersing bewust gewerkt via structuur van het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming.
OPNIEUW EEN DIAGRAM; WIE?
Figuur 2: schema hoofdlijnen van de voorziene besluitvormingstructuur reguliere crisisbeheersing (in Amsterdam is gekozen voor integratie van BT en OT in n rampenstaf). Bron: beleidsplan crisisbeheersing 2004-2007(HTK 2003/2004, 29 688, nr. 1) en handboek voorbereiding rampenbestrijding(ministerie BZK, 2003).
Observatie: De IBT en MBT vergaderingen vormden een duidelijk ankerpunt voor de Haagse cordinatie.
De IBT en MBT vergaderingen waren de spil van de besluitvorming op nationaal niveau. De vergaderingen waren de momenten waarop informatie gentegreerd werd, beslissingen genomen werden en de uitvoering van de besluiten gecordineerd werd weggezet.
...
Tijdens Bonfire werd er vooralmiddels beperkt direct contact tussen sleutelfunctionarissen uit IBT/MBT en de Amsterdamse rampenstaf tot cordinatie op hoofdlijnen van de activiteiten op rijksniveau en op gemeentelijk niveau gekomen.
...
De beschreven cordinatiestructuren bij de reguliere crisisbeheersing tussen nationaal en gemeentelijk niveau gaan uit van de essentile schakels NCC en PCC (zie figuur 2). In de oefening Bonfire kwamen zowel NCC als PCC niet of nauwelijks aan invulling van deze rol toe. Er was weliswaar veelvuldig contact tussen vooral functionarissen van NCC en de gemeente Amsterdam, maar dit leidde niet tot werkelijke afstemming tussen IBT/MBT en de gemeentelijke rampenstaf.
Het was het directe contact tussen sleutelfunctionarissen uit, op nationaal niveau, IBT/MBT en, op gemeentelijk niveau, de rampenstaf Amsterdam dat zorg droeg voor de noodzakelijke cordinatie op hoofdlijnen.
...
Een bijzonder element in de oefening was de gijzeling in de Heineken Music Hall. De hiertoe voorziene besluitvormingstructuur voor onder andere de inzet van bijzondere militaire bijstandseenheden die met geweld de gijzeling kunnen beindigen (BBEs) werkt formeel gescheiden van de reguliere structuur voor crisisbeheersing.
OPNIEUW EEN DIAGRAM!
Figuur 3: schema hoofdlijnen voorziene besluitvormingsstructuur bij terroristische gijzelingen. Bron: Nota stelsel bewaken en beveiligen (HTK 2003/2004, 28 974, nr. 2 ) en Terrorisme, brief van de ministers van BZK en Justitie (HTK 2004/2005, 29 754, nr. 1).
Feitelijk werd in de oefening onderkend dat deze scheiding niet vol kon worden gehouden:
Op nationaal niveau vond de besluitvorming over de gijzeling bewust niet plaats in het al bestaande IBT/MBT.
OWNF: Daar hebben we het -Terreurbestrijding en burgeroorlog gaat dus via deze tak!
...
Binnen de rampenstaf Amsterdam vond vanuit deze onderkenning de besluitvorming over de gijzeling plaats in tenminste driehoeksverband (hoofdofficier van justitie, burgemeester en korpschef), maar veelal zelfs in vijfhoeksverband (inclusief commandant brandweer en regionaal geneeskundig functionaris). Dit stemt overeen met het regionaal beleid dat over alle crises zo veel mogelijk in vijfhoeksverband wordt besloten.
...
Overigens verliep de afstemming binnen de OM-lijn tijdens Bonfire soepel. Een oorzaak hiervoor was de ogenblikkelijke aanwezigheid van de landelijk terreurofficier in het beleidscentrum in Amsterdam waardoor direct contact met de hoofdofficier van justitie mogelijk was.
Tijdens Bonfire speelden de functionele cordinatie door de DCCs van andere departementen dan BZK en Justitie geen rol van betekenis.
...
De beide aanwezige lokale commandoteams (het commando rampterrein in, en later naast, de ArenaA en het commandoteam voor de gijzeling in de Heineken Music Hall) rapporteerden beide aan de gentegreerde rampenstaf in Amsterdam, maar hadden geen onderlinge afstemming. Dit leidde in een enkel geval tot interfererende beslissingen. Aankomende specialistische eenheden als EOCKL, RIT en USAR evenals de militaire bijstand ten behoeve van de rampenbestrijding cordineerden vooral zelf hun inzet met de operationele hulpverleners in de directe omgeving. Het commando rampterrein kon hier slechts een beperkte rol in spelen.
...
Het Landelijk Operationeel Cordinatiecentrum (LOCC) kon haar gedachte rol niet spelen binnen de oefening.
De precieze taken en bevoegdheden van het LOCC bleken tijdens de oefening voor de meeste betrokkenen nog onduidelijk. Het LOCC werd daarom, ondanks eigen pogingen haar expertise aan te bieden, consequent genegeerd door de overige spelers.
...
De beide aanwezige lokale commandoteams (het commando rampterrein in, en later naast, de ArenaA en het commandoteam voor de gijzeling in de Heineken Music Hall) rapporteerden beide aan de gentegreerde rampenstaf in Amsterdam, maar hadden geen onderlinge afstemming. Dit leidde in een enkel geval tot interfererende beslissingen.
Aankomende specialistische eenheden als EOCKL, RIT en USAR evenals de militaire bijstand ten behoeve van de rampenbestrijding cordineerden vooral zelf hun inzet met de operationele hulpverleners in de directe omgeving.
...
De gecentraliseerde nationale eindverantwoordelijkheid voor de inzet van de BBE betekende in de oefening dat het besluitvormingsproces langer duurde dan door alle betrokkenen wenselijk werd geacht.
De noodzaak via verschillende beoordelende schakels toestemming te krijgen voor inzet van de BBE van uiteindelijk de minister van Justitie (zie figuur 3) betekende gezien vanuit het lokaal perspectief dat, in een als zeer instabiel gepercipieerde situatie rondom de gijzeling, inzetplannen voor toestemming in een black box verdwenen zonder dat duidelijk was op welke termijn reactie zou worden gegeven.
...
De rampenstaf van Amsterdam neigde tot centralisatie van operationele beslissingen. De gentegreerde rampenstaf die Amsterdam kent, garandeert operationeel afgestemde besluitvorming.
...
Op operationeel niveau was er, als altijd, sprake van een de facto hoge mate van decentralisatie: tactische beslissingen werden feitelijk eerst genomen op het rampterrein en daarna bekrachtigd.
...
De gecentraliseerde besluitvorming over militaire bijstand leidde tot aanzienlijke vertraging in de beschikbaarheidstelling daarvan.
De formele besluitvorming over de inzet van militaire bijstand ten behoeve van de rampenbestrijding liep via verschillende schakels tot op het nationale niveau. In de oefening raakte de formele aanvraagprocedure meermalen in het ongerede zodat de inzet van de militaire bijstand vertraagd werd. De militaire bijstandseenheden ten behoeve van de rampenbestrijding waren overigens nog voordat formele toestemming voor hun inzet verkregen was ter plaatse.
...
Op nationaal niveau speelde de oefening zich voornamelijk af op de beleidsterreinen van Justitie en BZK.
...
Tijdens Bonfire werd er op grote schaal gebruik gemaakt van liasons tussen de verschillende diensten en dienstonderdelen om de informatievoorziening op nationaal niveau te waarborgen.
...
Tot verrassing van alle betrokken functioneerden de voorziene directe verbindingsmiddelen tussen rampterrein, het commandorampterrein en de Amsterdamse rampenstaf veel slechter dan vooraf gedacht en getest. Tot een verklaring waarom zowel de verbindingen met satelliettelefoon als met het reguliere mobilofoonnetwerk niet functioneerden is men in de oefening niet gekomen. Een overgebleven communicatiemogelijkheid was per gsm. Hiervoor gold echter dat, als bij elke ramp, het netwerk overbelast raakte en daarmee verbindingen niet tot stand kwamen of verbroken werden. Via de operationele verbindingsmogelijkheden van de afzonderlijke diensten was (via de meldkamers of de actiecentra) overigens in het algemeen wel contact mogelijk.
...
Door de gemeente Amsterdam werd voorzien dat de aanslag op de Arena tot spanningen tussen allochtone en autochtone inwoners zou kunnen leiden. Om deze te vermijden werd pro-actief een voorbereide serie maatregelen ook op crisiscommunicatie gebied (het zogenaamde draaiboek vrede) in werking gesteld.
...
WEER EEN DIAGRAM PAG 29; NU ZEER UITVOERIG
...
Nationaal Cordinatie Centrum
Eenheid Terrorismebestrijding
Landelijk Operationeel Cordinatie Centrum
Expertise Centrum Risicocommunicatie
DCC Verkeer en Waterstaat
DCC Volksgezondheid, Welzijn en Sport
DCC Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
DCC Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Regionale Alarmcentrale Brandweer
Politie (UCK / VCK)
Centrale Post Ambulancevervoer
Regionaal Operationeel Team
Commandos Rampterrein
PCC Noord-Holland
Gentegrerde rampenstaf Amsterdam
...
Behalve door het COT zijn ook door anderen waarnemingen verricht. Zo is door het projectbureau Bonfire een reviewteam samengesteld om het functioneren van het ministerieel beleidsteam, interdepartementaal beleidsteam en de evaluatiedriehoek te observeren. Verder hebben diverse partijen vanwege het vertrouwelijk karakter van elementen van de besluitvorming eigen waarnemers ingeschakeld. Dit was bijvoorbeeld het geval voor het DCC van het ministerie van Defensie.
OWNF: let op: vertrouwelijke elementen van de besluitvorming zijn weggelaten!
|
Edited by - OranjeWNF on 20 Jul 2005 13:38:40
|
|
Klacht indienen
|
|