Pim Fortuyn steekt zijn kop in het zand
Het schijnt dat we al die problemen knap bedreigend vinden. Maar of we ze
ook echt willen oplossen, is een vraag van een geheel andere orde. Dan weten
we niet goed wat ons te doen staat en steken we liever onze kop in het zand
dan initiatieven te ontplooien.
Tenminste die indruk krijg je na lezing van Pim Fortuyns 'Zielloos Europa',
waarin hij ervoor pleit de klok maar weer terug te draaien naar het Europa
van de volledig soevereine staten. Dat is nog het beste voor iedereen en
bovendien wel zo democratisch, vindt hij. De natiestaat geeft de burger
tenminste nog enig houvast in een wereld die steeds onoverzichtelijker
wordt.
Hoe het vervolgens met die grensoverschrijdende problemen moet, zal Fortuyn
ondertussen een zorg wezen. Hij schijnt te denken dat die ook zonder super
structuren wel op te lossen zijn. Gewoon een kwestie van menselijke maat
houden. Daarom weg met de EU, want dat is een reus op lemen voeten, een
bovenstatelijke structuur die gedragen wordt door een verwende, verwaande
en zelfzuchtige euro-elite die zich weinig aantrekt van wat gewone mensen
beweegt en enthousiast maakt.
Het klinkt aantrekkelijk, ware het niet dat zo'n Europa juist door de
eeuwen heen heeft bewezen telkens in chaos en oorlog verzeild te raken.
Fortuyn weigert echter zich van dat dilemma rekenschap te geven. Zijn geschrift
laat zich daarom nog het beste kenschetsen als een opruiend pamflet tegen
het idee dat integratie nodig en onvermijdelijk is om grensoverschrijdende
problemen de baas te kunnen.
Des te opmerkelijker dat Bolkestein bereid bleek dit pamflet met een
voorwoord te verrijken. Daarmee geeft hij op zijn minst te kennen Fortuyns
gefulmineer de moeite waard te vinden, ook al schrijft de VVD-leider er
nog zo nadrukkelijk bij het met veel opvattingen van de schrijver niet
eens te zijn. Kennelijk vindt Bolkestein het wel mooi dat er zo hartstochtelijk
gefoeterd wordt op Europa en neemt hij op de koop toe hoe Fortuyn zich
afzet tegen de vele 'vreemdelingen' in ons land.
Hoewel, zo vreemd is het kennelijk ook weer niet als je ziet hoe een
groep politici en wetenschappers onder redactie van de Amsterdamse politicoloog
Otto Holman haar licht laat schijnen over de onmogelijkheden van een Europese
integratie. Zoveel is voor hen duidelijk dat de Europese burger zich vervreemd
voelt van de Europese besluitvorming en meer dan ooit lijkt vast te willen
houden aan nationale soevereiniteit en identiteit. Ook al betekent dit
dat zo'n Europa machteloos toeziet hoe de Balkan etnisch wordt gezuiverd,
het continent in een fort verandert en multinationale ondernemingen naar
hartelust met onze werkgelegenheid mogen goochelen.
De toon van deze bundel lijkt gezet met twee tegengestelde bijdragen.
Zo zegt Ed van Thijn dat Nederland inmiddels ``een klein land met een pruillip
aan worden is, dat zich weinig bekommert om het beschermende schild van
de Europese 'Umwelt', waar toch de basis ligt van onze welvaart, onze stabiliteit
en onze veiligheid zoals de ouderen ons met schade en schande hebben geleerd''.
Verdergaande integratie is daarom volgens Van Thijn een nationaal Nederlands
belang van de bovenste plank.
Daartegen voert VVD-leider Bolkestein aan dat integratie niet ten koste
mag gaan van de democratie. En democratie wil volgens de VVD-er zeggen
dat het parlement het laatste woord behoort te hebben. Aangezien dat op
Europees niveau niet kan omdat de grote mogendheden daar ook niet aan willen,
voelt hij er niets voor vitale belangen van individuele landen uit handen
te geven: ``de Nederlandse democratie mag niet ondergeschikt worden gemaakt
aan de Europese integratie''.
Ik vrees dat zowel Van Thijn als Bolkestein gelijk hebben. Hier is inderdaad
sprake van een dilemma in de volle betekenis van het woord. Je proeft het
ook in de bijdragen van wetenschappers als Henk Overbeek en Jeroen Dommernik.
Het ware beter als Europa een fatsoenlijk migratiebeleid zou voeren, of
een behoorlijk werkgelegenheidsbeleid op poten zou zetten. Maar hoe moeilijk
dat blijkt vervolgens weer uit de bijdragen van politici aan als Maarten
van Traa en Mohammed Rabbae.
Eén ding hebben al deze schrijvers wel gemeenschappelijk: zij
beproeven tenminste het dilemma. Dat doet Fortuyn niet en daarom is het
des te onbegrijpelijker dat Bolkestein er desondanks zijn handtekening
onder heeft willen zetten.
|