Fortuyn zet zijn kruistocht tegen het fundamentalisme
voort
De titel is "50 jaar Israël, hoe lang nog?" en de schrijver ervan,
Pim Fortuyn, trekt inderdaad door de geschiedenis van het Joodse volk en
die van de staat Israël, zij het wel met zevenmijlslaarzen. Maar het
boek gáát over de ondertitel: "Tegen het tolereren van fundamentalisme".
Het is een nieuwe stap in de kruistocht van Fortuyn tegen het zijns inziens
oprukkende islamitische fundamentalisme.
Fortuyn is helder waar het gaat om zijn eigen stellingname. Hij is niet
neutraal en allesbehalve een cultuurrelativist. Hij zegt het er meteen maar
bij en het is duidelijk dat hij vooral aan dit laatste de pest heeft. Mensen
die dat vooringenomen vinden, moeten zijn stellingen maar weerleggen, bij
voorkeur met kracht van argumenten en met kracht van feiten.
Dat zal nog niet meevallen omdat er veel waars zit in zijn stellingen,
hoewel Fortuyn er altijd voor moet oppassen dat hij zichzelf overschreeuwt
en de neiging heeft van zowel het christelijke, als het islamitische fundamentalisme
een karikatuur te maken om die vervolgens op uiterst polemische en ook
wel vermakelijke wijze te bestrijden.
Als de resultante van drie grote cultuurbronnen: het jodendom, het christendom
en het humanisme c.q. de Verlichting, acht hij de moderne vorm van de westerse
cultuur veruit superieur aan welke andere cultuur ook. Hij kiest welbewust
voor deze 'moderniteit' als politiek, cultureel, sociaal, en militair systeem,
omdat de moderniteit "de beste uitgangsstellingen levert voor economische
vooruitgang, voor een gelijkmatiger spreiding van de welvaart, voor de
ontplooiing van de rechtsstaat, voor een stevig gewortelde parlementaire
democratie, voor de emancipatie van vrouwen, kinderen en (seksuele) minderheden
en tenslotte omdat het de beste ontplooiingskansen biedt aan individuen,
vooral door het centraal stellen van de individuele verantwoordelijkheid."
Fortuyn geeft, nadat hij in minder dan twintig bladzijden de geschiedenis
van het Joodse volk en die van de staat Israël uit de doeken heeft
gedaan, negen basiskenmerken van de moderniteit:
- Scheiding tussen kerk en staat. - Vrijheid van meningsuiting. - Markteconomie,
gebaseerd op eigen initiatief en vrij ondernemerschap. - Parlementaire
democratie. - Scheiding van uitvoerende, wetgevende en controlerende, en
rechtsprekende macht. - Gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. - Individuele
verantwoordelijkheid. - Een op collectief niveau beleefd stelsel van kernnormen
en kernwaarden. - Respect voor universele rechten van de mens en internationale
verdragen.
Zoals Fortuyn zegt, een spoorboekje voor een reis naar het paradijs op
aarde, dat hier op aarde ten volle nergens wordt gerealiseerd, maar door
de moderniteit in elk geval met de mond wordt beleden en door velen wordt
nagestreefd.
Volgens de schrijver zijn jodendom en christendom (gelukkig) vrijwel
geheel geseculariseerd en zijn fundamentalismen als communisme en socialisme
verslagen, zodat de moderniteit de overhand heeft gekregen.
"Recht overeind staat evenwel de islam, krachtig, vitaal en dikwijls,
als de mogelijkheid zich voordoet, volstrekt intolerant ten opzichte van
andere opvattingen." Waarna Fortuyn de negen stellingen die de moderniteit
bepalen "tegen islamitisch licht houdt".
Het zal duidelijk zijn dat de islamitische wereld op deze negen punten,
zo duidelijk gekoppeld aan de westerse cultuur, uitermate slecht scoort.
In ieder geval veel slechter dan de westerse democratieën dat doen
en ook dat kan niemand verbazen.
Fortuyn waarschuwt voor het oprukkend islamitisch fundamentalisme dat
uiteindelijk ook onze eigen samenleving bedreigt. Tevens waarschuwt hij
tegen het politiek correcte denken dat de elite van onze samenleving uitdraagt
en dat veel te tolerant staat tegenover het islamitisch fundamentalisme.
In de strijd tegen het fundamentalisme is de seculiere staat Israël
van groot belang, omdat in en om die staat die strijd op het scherpst van
de snede wordt uitgevochten, waarbij die seculiere staat ook bedreigd wordt
door het joodse fundamentalisme. Verdwijnt die staat dan dreigen andere,
nu nog op het Westen gerichte staten in het Midden-Oosten, ook verloren
te gaan aan het fundamentalisme.
Natuurlijk wil Fortuyn Israël voor de moderniteit behouden, maar
hij schetst wel zoveel bedreigingen voor de staat, dat zijn, ongetwijfeld
welgemeende, wens van 'nog maar eens 50 jaar' nogal wrang overkomt.
|